Selecteer een pagina


In januari 2015 heb ik mijn derde kindje op de wereld gezet: een zoontje met een krachtige persoonlijkheid. Toen ik in verwachting was wist ik nog niets van zijn temperament, maar toch werd ik hier wel vanaf het begin door getriggerd. Ik voelde me tijdens de zwangerschap onzeker, krachteloos en tot niets in staat. Een thema dat ik nog onvoldoende helder had en nu mega werd uitvergroot.

De bevalling was hard werken. Pijnlijke weeën en flink persen. Bij de geboorte van mijn oudste
werd ik geholpen door medicijnen en een vacuümpomp. De tweede kwam zo snel dat het
eigenlijk vanzelf ging. Maar de laatste bevalling was heel  fysiek en mijn lichaam moest echt
zelf in actie komen. Voor iemand die zich comfortabel voelt bij niks doen was dat niet
gemakkelijk. Het kwam dan ook vanuit mijn tenen. Ik hoorde de dienstdoende verpleegkundige
zeggen: “Wat een kracht heeft zij.” Nu begrijp ik dat met de geboorte van dit kind ook míjn kracht nieuw leven werd ingeblazen.

Je kracht is jouw ‘sterkte’ of ‘vermogen’. Als je in je kracht staat, doe je dingen die bij je passen, die je kunt en waar je in gelooft. Jouw kracht is iets wat je van nature goed af gaat, waar je actief mee bezig bent en ook iets heel persoonlijks. Ik ben een tijd op zoek geweest naar mijn kracht, maar vooral naar een manier om deze te durven gebruiken. Want daar zat een behoorlijke blokkade op. Mijn jongste zoon heeft mij hier enorm in uitgedaagd

Het eerste half jaar met hem was volop genieten. Ik zat op een roze wolk en ik was verliefd op mijn eigen kind. Heerlijk om mee te maken. Maar… vanaf het moment dat hij ging kruipen werd het anders.

Mijn zoon bleek een heel ondernemend, onafhankelijk en eigenwijs mannetje. Dat uitte zich in alles zelf willen doen, continu de strijd aan gaan, zelf willen bepalen en niet opgeven maar vooral doordrammen. Driftbuien, krijsen, schoppen, slaan, bijten en krabben zijn allemaal met regelmaat voorbij gekomen. Lange tijd voelde ik me hier niet tegen opgewassen. Ik was toch al het een en ander gewend met twee oudere kinderen, maar waar zij stopten deed de jongste er nog een flinke schep bovenop en ging hij ook nog een stuk langer door. Ik vond het verschrikkelijk moeilijk om mijn grenzen aan te geven en voet bij stuk te houden. Ik voelde me niet sterk genoeg. En als ik een grens trok, dacht ik tegelijkertijd: “Het werkt toch niet”. En dat deed het dan inderdaad ook niet.

Tot iemand mij erop wees dat zoonlief mijn ruimte innam. Omdat ík mijn plek niet innam, deed hij het. Ik ben me nog meer gaan verdiepen in mijn blokkade: een tekort aan liefde voor mijzelf en angst om er niet meer bij te horen als ik mijn diepste zelf zou laten zien en laten gelden. Ik heb nog eens goed gekeken naar mijn kleine mannetje: een explosie van kracht, not going anywhere but here to stay. En dat was precies wat ik mij realiseerde: die kracht is er. In hem, maar ook in mij. En de angst ervoor is er ook. Beiden zijn even sterk en kunnen niet van elkaar winnen. Door dit besef kon ik de strijd loslaten. Ik kon mij weer focussen op mijn kern en mijn verlangen: Zoveel liefde voor mij durven toelaten dat ik het mezelf kan gunnen om er te mogen zijn. Met alles erop en eraan, gewoon wie ik ben. Het is goed genoeg en dat mag ik laten zien.

En dat is precies wat mijn zoontje mij liet zien: hij was er gewoon, zoals hij er wilde zijn en dat mocht de hele wereld weten ook.

Hij is nu 2,5 en we zijn er nog niet, maar geleidelijk begint de rust terug te keren. Minder strijd, meer harmonie, gezelligheid en bovenal: een heleboel liefde.