Selecteer een pagina

“Je houdt je in” zei ze.

Het is een paar weken later. Ziekenboeg. Eerst de jongste ruim anderhalve week.
En vandaag, maandagochtend, de middelste. Hij is echt beroerd. Na een druk weekend nu dus weer geen moment voor mijzelf. Geen ruimte om alleen te zijn,
de dingen te doen die ik graag wilde doen. Ik baal ervan, heb weer het gevoel dat ik opgeslokt wordt. Die momenten alleen heb ik zo nodig om mijzelf weer te voelen.

Toch besluit ik om mijn irritatie even te laten voor wat het is en maar te kijken hoe de dag zich ontvouwt. Als hij wakker wordt na een dutje op de bank ga ik bij hem zitten. De laatste maanden heb ik steeds meer moeite met de pijn van dit mannetje.
Hij is zo gevoelig, lage pijngrens, moet snel huilen ook op deze leeftijd nog.
Dan ga ik op slot, weet niet hoe ik hem kan troosten. Omdat ik hem niet kan helpen.
Ik kan zijn pijn niet voor hem oplossen. Herkenbaar misschien als je moeder bent. Maar ik vind het toch apart, want met mijn andere kinderen ervaar ik dat niet zo. Voor hen kan ik er wel zijn als ze pijn hebben.

En op dat moment komt het volgende in me op en neem ik heel intuïtief een besluit: ik hoef me niet langer op te offeren voor alles en iedereen. Ik mag er eerst voor mezelf zijn, doen wat voor mij belangrijk is in plaats van me af te laten leiden door mensen en dingen om mij heen.

En meteen voel ik dat mijn hart open gaat! Dat ik weer open sta voor mijn kind. Dat de verbinding weer stroomt. Hij zit mij niet langer in de weg en ik zit mijzelf niet langer in de weg. Wat overblijft is opluchting en ruimte.

Hoe komt dit zo ineens? Ik besef iets belangrijks. Hij doet mij denken aan mijzelf als kind. Mijn ouders droegen zo’n groot verdriet met zich mee. Een overleden kindje. Het was voor hen niet te dragen. Als kind ging ik dat helpen dragen. Mijzelf inhouden, om hen nog meer zorgen en verdriet te besparen. Ik ging op slot. Maar het hielp niet. Ik kon hun verdriet niet wegnemen, ik kon het niet oplossen. Het was ook niet mijn verdriet om te dragen, maar als kind kun je dat onderscheid niet maken. Dan voel je alles.
En je bent afhankelijk van je ouders voor je overleving en je welzijn. Dus ga je je aanpassen. En voor mij was dat mijzelf niet meer voelen en me inhouden, tenzij ik alleen was. Ik had ook allerlei manieren ontwikkeld om dit in stand te houden en niet aan mijzelf toe te komen. Alles onder controle willen houden, druk met het huishouden, de zorg voor de kinderen. Werk ging voor plezier zeg maar. Ondertussen werd ik daar niet vrolijk van en werd ik af en toe overspoeld door onverklaarbare emoties, want ik was toch bezig mijzelf te onderdrukken.

Ik ben niet volledig beschikbaar geweest voor mijn middelste. Ik sloot me af voor zijn emoties, zoals ik me ook voor mijn eigen emoties had afgesloten. En zo heb ik onbedoeld een belastend familiepatroon aan hem doorgegeven. Want mijn ouders waren door hun te grote verdriet ook niet volledig beschikbaar voor mij.

Wat ben ik blij en megadankbaar dat ik dit vandaag mocht ervaren en veranderen. Het leven zit zo wonderlijk in elkaar, zeker ook in families. Iedere dag krijg je weer de kans om iets op te lossen en te helen. Om zo jouw leven en dat van je kinderen leuker en makkelijker te maken. En het werkt door: 7 generaties naar voren en 7 generaties naar achteren.

“Je houdt je in” zei mijn marketingcoach. “Ik hield me in” zeg ik.